Over Willem Wander

Willem Wander van Nieuwkerk is componist en docent Nieuwe Muziek aan het Conservatorium van Amsterdam. Als jonge pianist speelde hij geïmproviseerde en moderne muziek. Zijn eerste grotere werk maakte hij samen met muzikanten uit verschillende stijlen, zoals punk, reggae en symfonische rock. Zijn interesse voor bekende, lyrische muzikale omgangstalen breidde zich later uit tot de Europese klassieke traditie.  Die belangstelling voor historisch en hedendaags cultureel erfgoed is niet alleen terug te horen in zijn lyrische muzikale stijl maar ook in de onderwerpen die hem fascineren. Zo schreef hij werk in opdracht van de Eerste Kamer der Staten Generaal ter ere van de Nationale herdenking van de Vrede van Münster. In opdracht van het Praagse  Bennewitz kwartet schreef hij de Super Suite, gebaseerd op liturgische melodieën en met sporen van tango en blues.  Zijn strijkkwartet Moravian Souls voor het Tsjechische Skampa Kwartet volgt muzikaal het spoor van de Boheemse Hussieten van Midden-Europa naar Amerika en Afrika, zijn vioolsonate Deep River verkent de negentiende-eeuwse wortels van de gospel.

Recente schreef hij de Introïtus, Sanctus en In Paradisum voor het Utrechts Requiem in 2017, 2018 en 2021, gezongen door het Nederlands Kamerkoor, Kamerkoor Next en solisten

De Stichting Klassiek op Zuid gaf hem in 2018 opdracht voor een Kerst Kwartet, een strijkkwartet (voor goede amateurs te spelen) gebaseerd op oude Europese kerstliederen. Een particuliere opdracht leidde tot de Seven Divine Meditations voor gemengd koor, op teksten van John Donne en melodisch gebaseerd op de Geneefse Psalmen.

Zijn laatste grote werk is de suite Songs of War & Peace, in 2020 première gebracht door het Ruysdael Kwartet en blokfluitist Peter Holtslag, gebaseerd op volksmuziek uit de Dertigjarige Oorlog. In 2021 verscheen zijn Scènes uit ons lot, een lied over de coronacrisis op tekst van Ester Naomi Perquin voor de cd Treur Nederland! van Camerata Trajectina.  Voor pianist Thomas Beijer werkt hij aan To the Black Maiden, een drietal pianostukken naar melodieën uit het Catalaanse Llibre Vermell.

Van Nieuwkerk was meer dan dertig jaar lang docent Muziekgeschiedenis Nieuwe Muziek, aesthetica en kamermuziek aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij publiceerde over aesthetica en muziekgeschiedenis in o.a. het Nederlands Tijdschrift voor Muziektheorie. Hij is getrouwd en heeft twee kinderenYuri en Mascha.

Meer om te lezen, te luisteren en/of te bekijken:

LANGE VERSIE:

Hij, ik dus, werd in 1955 in Amsterdam geboren, uit Nederlands-Indische ouders. Aan de Universiteit van Utrecht specialiseerde ik mij in de muziek van de 20ste eeuw en muziekpsychologie, maar ging al snel hoofdzakelijk muziek schrijven. Mijn eerste grote compositie, Debris, Soli uit 1982-83, was een samenwerking van popmusici en klassieke musici – een mengeling van punk, reggae, nieuwe muziek en experimentele popmuziek die door de pers wat bevreemd maar toch wel lovend werd ontvangen.

De jaren daarna werkte ik vooral met zulke zelf opgerichte ensembles (aan de dansopera First Things First uit 1985 bijvoorbeeld, voor elektrische gitaren, dansers, zang en slagwerk) maar ook wel met bestaande ensembles als De Volharding en Het Toonkunstkoor Utrecht.Willem Wander van Nieuwkerk

Ik was bovendien gefascineerd door Oude Muziek en ontmoette daarin musici die ook graag nieuwe muziek wilden spelen, zoals de leden van La Fontegara Amsterdam, Brisk en Camerata Trajectina. Voor hen maakte ik onder andere stukken als So TearKwartetThe Party en Kadanza, die internationaal de aandacht trokken met hun combinatie van de klankkleur van oude muziek, klassieke vormen, Afrikaanse ritmes en een melodisch maar toch nieuw idioom. Ze worden over de hele wereld gespeeld en veel zijn op CD gezet.

Van verschillende particulieren en musici, instellingen en fondsen heb ik opdrachten gekregen, zowel voor beroeps als voor amateurs. Zo maakte ik stukken voor de Eerste Kamer (als cadeau aan het staatshoofd bij de Nationale viering van de Vrede van Munster), voor de Zwitserse nationale feestdag, voor de Universiteit van Amsterdam, Stichting Unisono, de internationale kamermuziekcursus Margess International en de Utrechtse Klokkenspel Vereniging en daarnaast voor veel film-, omroep-, theater- en dansprodukties. Ik zie het maken van muziek die zowel mooi als bruikbaar is als een grote ambachtelijke uitdaging.

De laatste jaren hou ik me, voor mijn eigen plezier en voor dat van bevriende musici, vooral bezig met het schrijven van kamermuziek. Ik probeer daarin hedendaagse ritmiek en speelmanieren te verbinden met wat mij aanspreekt in de Klassiek-romantische traditie: dramatische vormprincipes en concertant samenspel, allebei gebaseerd op melodische lyriek en harmonische meerstemmigheid. Vaak neem ik daarbij historische melodieën als uitgangspunt (bijvoorbeeld uit het Antwerps Liedboek en Valerius’ Gedenkklank). Dat hoor je in stukken als het Pianokwintet en Kalenda Maya voor strijkkwartet, door jonge musici uitgevoerd in Nederland, Denemarken, Duitsland, Zwitserland en Italië. Je hoort het ook in mijn trio voor klarinet, viool en piano voor het Bartók Trio, aan de drie Dans Capriccio’s, aan het piano trio en aan het kleine Stamping Ground (for Angels).

In het seizoen 2007 – 2008 vond de première plaats van Over the Water, een kwintet voor gitaar en strijkkwartet, in London op het International Guitar Festival en in december 2009 speelde het Atlantic Trio, mijn prachtige nieuwe pianotrio. In 2010-2011 schreef ik onder andere voor Trio Amare aan de Bergidylle en in 2012 een sonate voor viool en piano voor het Duo Philippens en van Nieuwkerk.

Willem Wander_CvA
Naast mijn werk als componist ben ik docent Muziekgeschiedenis van de 20ste eeuw en Nieuwe Muziek aan het Conservatorium van Amsterdam. Daar was ik enkele jaren lid van ARTI, een onderzoeksgroep van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten onder leiding van lector Henk Borgdorff waar ik de verhouding tussen pure muziek en muziek als theaterkunst kon bestuderen. Het verschil tussen pure muziek, theater en beeldende kunsten houdt mij ook als docent bezig in mijn verschillende lessen.

Af en toe schrijf ik een tekst: soms voor het Tijdschrift voor Muziektheorie (over bijvoorbeeld nieuwe klassiek muziek), en onlangs een bijdrage (over de verhouding tussen muziek en soniek) aan de bundel Welke taal spreekt de muziek? – muziekfilosofische beschouwingen (red. Erik Heijerman en Albert van der Schoot, Damon 2005).

Ik ben buitengewoon gelukkig getrouwd en heb twee kinderen.