Willem Wander van Nieuwkerk componist

nederlands · english

Muziek alle werken

Op CD

Meer informatie / bestellingen

Laatste update: 10-11-2017

Muziek > Bergidylle (2010)

Bergidylle

Sopraan, klarinet en piano
tekst: Heinrich Heine

Drie delen:
1. Largo - piu mosso: Auf dem Berge steht die Hütte, Wo der alte Bergmann wohnt…
2. Liberamente - meno mosso: Tannenbaum mit grünen Fingern, Pocht ans niedre Fensterlein…
3. Largo - piu mosso: Still versteckt der Mond sich draussen, Hinterm grünen Tannenbaum…

Duur: ca. 25 min

Verhalende liedcyclus in drie delen op drie gedichten ‘Aus der Harzreise’ (1824) van Heinrich Heine.
Voor het Trio Amare: Sabine Wüthrich (sopraan), Céleste Zewald (klarinet) en Daniel Kramer (piano). Geschreven met financiële steun van het trio zelf.

tekst is in aanbouw

Korte inhoud:

  1. Op een maanbeschenen Berg, tussen maanbeschenen dennen, zien we de Reiziger, die, in een rustiek houtgesneden leunstoel gezeten, vol geluk toeziet op het idyllische tafereel van drie Bergbewoners wier hut hij bezoekt: een kleine, jonge blondine met stralende ogen en rozenrode lippen, haar moeder aan het spinwiel en haar vader die de cither bespeeld onder het zingen van aloude bergliederen. Deze Jonge Geliefde (voor wie de Reiziger een meer dan toeristische belangstelling schijnt te koesteren), doet een nogal onaangename ontboezeming: geen erotische geheimen, maar het verhaal over het harde en eenzame leven op de Berg. Aanbeland bij het naarste deel, over de boze geesten die de plek beheersen, durft ze plots niet meer verder te praten. De Reiziger echter, begeleid door de rustgevende klanken van citer en spinnewiel, zegt kalmerend dat engelen haar vast de hele nacht zullen bewaken.

  2. Zelfde scene – vader en moeder zijn in slaap gevallen. De Jonge Geliefde, wat bevreesd door des Reizigers trekkende mondhoeken en gloeiende ogen, vraagt zich af of die wel een diep Christelijk geloof verraden. Geruststellend legt hij haar uit hoe hij, al op jonge leeftijd, eerst de Almachtige Scheppende Vader ontdekte, toen de geliefde en liefhebbende Zoon, en ten slotte de Heilige Geest, volgens hem een formidabele kracht die ons met zijn Ridders bevrijdt van onderdrukking, armoede en bijgeloof. Zich opzwepend tot steeds verhevener moraal, verklaart hij dat hijzelf zo’n Geharnaste Ridder is van de Heilige Geest.

  3. Zelfde scene – met stralende ogen vertelt de Jonge Geliefde op haar beurt hoe schril het trieste heden der Bergbewoners afsteekt tegen de betoverde geschiedenis van de Berg. Het weinige voedsel dat boze dwergen hun overlaten wordt gesnaaid door de kat, een vermomde heks, die het meeneemt naar de puinhopen van wat ooit een trots en levendig kasteel was. Ze openbaart dan het bijgeloof der Bergbewoners: op een dag, wanneer een magisch woord gesproken wordt, zal het trotse, rijke en nobele kasteel met al zijn jonge Ridders weer in oude luister hersteld worden. De Reiziger krijgt dan een vreemd gevoel van herkenning. Terwijl hij het magische woord op het puntje van zijn tong lijkt te voelen, barst hij los in een gloedvol beschrijven van hoe niet alleen de magische Bergwereld van weleer nu zal terugkomen, maar ook zijn eigen prachtige en geliefde Jeugd. Hij zal haar dan eindelijk als zijn Prinses